Over schilderen en overschilderen

Over schilderen en overschilderen

Mijn besmuikte grijns was lastig te onderdrukken toen ik vandaag dit online nieuwsitem las.
Een museummedewerker zou per ongeluk een kunstwerk hebben overgeschilderd in museum de Hallen in Haarlem.

Speciaal voor zomertentoonstelling waren door diverse kunstenaars muurschilderingen aangebracht op de doorgaans smetteloos witte wanden. De museummedewerker heeft één van die muurschilderingen aangezien voor een vlek en heeft er vervolgens met goed fatsoen de witkwast over heen gehaald. Oeps.
Wat de precieze toedracht was weet ik natuurlijk niet, maar het zette me wel aan het denken.

Wat ik me afvroeg: Zou ik, als ik in de schoenen van de ijverige muurschilder stond, het betreffende kunstwerk ook voor een vlek hebben aangezien?
En wat zegt dat over het kunstwerk?

Eigenlijk is het niet eens zo belangrijk hoe het kunstwerk er uit ziet (sorry, zag) of welke kunstenaar de maker is.
Het hele voorval brengt bij mij de immer terugkerende vragen naar boven:

Wat is kunst?

Wie of wat bepaalt wat kunst is?

Moet het kunstwerk op zichzelf te ‘begrijpen’ zijn, of is het juist belangrijk om het verhaal achter het werk te weten?

En, is het verhaal áchter het kunstwerk dan niet nét zo veel Kunst als het kunstwerk zelf?

Allemaal vragen die sinds mijn academietijd (red.: ergens in de vorige eeuw) door mijn hoofd blijven spoken.
Vragen waar volgens mij ook geen eenduidig antwoord op te geven is en daardoor tergend fascinerend zijn.
Mijn kijk op Kunst / kunst werd dan ook voorgoed in de war geschopt toen mijn kunstgeschiedenis docent Loek Melis de kunststroming van de concept-art uitdiepte.
Ik zag het licht, maar tegelijkertijd ging het ook uit.
Als het idee, het concept belangrijker is dan het materiaal, de techniek en zelfs de esthetiek van een kunstobject, dan kan dus alles kunst zijn, mits er een goed verhaal achter steekt.
En als alles kunst kan zijn, dan is eigenlijk niks kunst?
Ik ben er nog steeds niet uit, merk ik, en het tolt inmiddels in mijn hoofd. Hoe dan ook, het boeit me enorm.

Terug naar de muurschilder van museum De Hallen.
Waarom ik zijn pijnlijke verhaal stiekem ook wel grappig vind, is omdat het me doet denken aan een verhaal over Robert Rauschenberg dat ik laatst hoorde tijdens een lezing in het BKKC:
Rauschenberg had tijdens zijn vroege dagen als kunstenaar keer op keer zijn eigen tekeningen uitgegumd, omdat hij ze maar niks vond. Hij kwam tot de conclusie dat iets uitgummen wat niks is, ook nooit iets zal worden. Maar als hij iets zou uitgummen wat heel belangrijk is, dan zou dat wel degelijk iets zijn.
Rauschenberg bedacht dat het ongedaan maken van een beeld pas zin heeft, als het beeld er toe doet, en dus vroeg hij aan zijn grote idool Willem De Kooning of hij een van zijn werken mocht uitgummen.

De Kooning stemde toe en gaf Rauschenberg een van zijn werken. Het kostte Rauschenberg een maand om álle houtskool en verf volledig weg te gummen. Hij lijstte het in en gaf het de titel: Erased De Kooning Drawing – Robert Rauschenberg 1953.

Erased de Kooning Drawing in het San Francisco Museum of Modern Art

 

De naam van de zomertentoonstelling in museum De Hallen waarvan het overgeschilderde kunstwerk deel van uitmaakt is overigens: ‘Humor. 101 jaar lachen om Kunst‘.
In het licht van het absurdistische en rebelse karakter van deze expositie, raakt de abusievelijke actie van de brave muurschilder dan niet júist aan de essentie van conceptuele kunstvormen?
En heeft het hiermee het kunstwerk niet verheven naar een nóg hogere graad van kunst-zijn?

Of de kunstenaar van het werk er ook zo over denkt, weet ik niet.
Ik vind het wel een leuk idee.

 


Robert Rauschenberg vertelt over zijn Erased De Kooning Drawing:

Bekijk dit filmpje op Youtube

 

 

 

Leave a reply